‘CHAOS + orde – ning’ is de titel van de jaarlijkse ledententoonstelling van De Vishal aan de Grote Markt die onlangs werd geopend. Bijna negentig werken zijn er te zien, de variatie is groot. Paul maakte een rondgang en ging op zoek naar ‘een goed ding’. Dat bleken er meer dan één.

door Paul Lips (dit artikel is ook verschenen op de kunstwebsite www.spaarnestroom.nl)
omslagfoto: ‘Please, tell me who I am’, Chrystl Rijkeboer (foto pl)

Knal. Bam. De eerste klap is een daalder waard. In het intieme nisje schuin achter de balie hangt ‘Blauw oog‘ van Linda Molenaar. Gemaakt van ‘getrenst paardenhaar uit gebruikte strijkstokken’, contactlenzen, leer en glas.
In de blauwe iris zijn de contactlenzen zichtbaar. Het zwarte haar valt hier en daar nonchalant over het oog. Vakkundig gemaakt en direct opvallend. Zoek Linda Molenaar-kunst eens op internet en ontdek de veelzijdigheid van deze sculptuur- en performance-kunstenaar.

‘Blauw Oog’, Linda Molenaar.

Lichtelijk chaotisch qua lijnenspel oogt ‘De touwtjes in handen houden‘ (aquarel, rijstpapier, vlies, draad) van Jeannette de Bruin, waar we een figuur zien die aan de touwtjes (draadjes) trekt waar zich kleinere figuurtjes aan bevinden. De achtergrond is dan weer overzichtelijk. Het werk zou symbool kunnen staan voor de baas-werknemer-verhouding waar we allemaal wel eens mee te maken hebben (en waar je horendol van kunt raken).

Sommige deelnemers laten het Kunstlijn-thema ‘verwarring’ terugkomen in het werk. Maar dat is dus geen verplichting, legde Renée Borgonjen tijdens de opening al uit. Want ook de zeer geordend werkende – of zelfs mathematisch opererende – Vishal-leden worden niet buitengesloten. Van strak ogende werken als van Frans Vendel of Tonneke Sengers mag je als bezoeker dus gewoon genieten. Buiten is immers de chaos (een vaak weinig menselijke wereldorde) binnen is er de vakkundig samengestelde ordening. Opvallend is trouwens hoe vaak achteloze voorbijgangers de hal even binnen komen vallen om een blik te werpen. Er is immers geen drempel – het plaveisel loopt gewoon door.

‘Zelfportret met ander portret’, Hannes Kuiper.

Tja en dat er dan een werk van Hannes Kuiper tussen hangt stemt deze razende reporter steevast vrolijk. ‘Zelfportret met ander portret‘, acryl op paneel. Het is opnieuw een ode aan de vrije fantasie waarin de werkelijkheid niet van belang is. Immers: de echte Hannes heeft lange (inmiddels aardig grijze maar hier en daar nog steeds wilde) haren. Het ‘ander portret’ is een dame die naar de ‘zelf’ lijkt te zwaaien. Vrolijke vogels komen aangetrippeld.
Boven het profiel van het hoofdpersonage een liggende zon als vrouwelijke entiteit. Hannes en Christien zullen tijdens de Kunstlijn trouwens exposeren in het Badhuis Leidseplein en daar is nu al veel belangstelling voor.

Technisch ondersteuner en deelnemend beeldend kunstenaar Peter Stufkens is in de weer met het installeren van een beamer en wijst de razende reporter op kunstwerken die hem persoonlijk aanspreken. “Kijk, zo’n collage van Harm van Ee is gewoon een goed ding. Tijdens het inrichten schakel ik mijn persoonlijke voorkeuren trouwens uit, mijn taak is om alle werken goed tot hun recht te laten komen. Maar aan sommige werken zie je dus gewoon: ‘dit is een goed ding’.”
Overigens hangt er van Stufkens op deze gevarieerde tentoonstelling een fraai acrylschilderij zonder titel; met Hans Arp-achtige speelsheid en met (bijna elliptisch) ronde en verticale rechte vormen met de suggestie van ribkarton. Goed ding.

Wat gebeurt daar nou toch in dat werkje (acryl op doek) van Ilja Warmerdam? Een niet geheel herkenbaar gezicht lijkt te fluisteren tegen een mini-leeuwtje, dat op de palm van de hand heeft plaatsgenomen. Maar ‘De Leeuwenfluisteraar‘ fluistert nogal met consumptie. Is het de Nederlandse Leeuw die het laatste jaar politiek en humaan flink van slag lijkt te zijn en wel wat bemoedigende fluisterwoordjes kan gebruiken? Misschien dat de uil – symbool van de wijsheid – op het werk ernaast (van Marjan Jaspers) kan helpen met wat wijze woorden om in te fluisteren.

Is het gelegen?‘ is de titel van het werk in de vensterbank, bedacht door het aanstormend talent Madelief van de Beek. ‘Ga zitten’ is te lezen in die vensterbank, woorden geprint met zo’n ouderwetse lettertang. Het kunstwerk is een vintage blauwe telefoon-met-draaischijf zoals we ze in de jaren zeventig pleegden te gebruiken. ‘Pak op’ staat er te lezen op de hoorn. En als je dan die hoorn naar je oor brengt hoor je iemand voor zich uit murmelen in een onbegrijpelijke monoloog. “Dat mensen soms maatschappij-berichten inspreken en jij vervolgens allerlei vaagheden hoort waar je geen touw aan vast kunt knopen, dat ergert me”, verduidelijkt Madelief. Chaos in de communicatie van vandaag de dag op kunstzinnige wijze verbeeld. Goed ding.

‘Is het gelegen?’, Madelief van de Beek.

Langs de wand aan de noordkant van de hal hangen prima werken, zoals van Joke Breemouer, Harm van Ee, André Evers, Marleen Dalhuijsen en Fjodor Buis. Karien Beijers doet mee met ‘Stills unfolding’, bestaande uit blauwzwarte ‘videostills inkjet print’, zorgvuldig geschikt en ogend als een vreemdsoortige bloem. Mooi geschilderd is ‘Chaorde‘ van Theo de Bruyn, waar wanorde en orde voor een intrigerende afwisseling zorgen. De ‘Geordende chaos‘ (gemengde techniek) van veteraan Jan van Wensveen charmeert door het speelse karakter. De collage ‘De Veilingmeester‘ van Bianca Vooges is knap gemaakt en heerlijk om te zien: een veilingmeester (duidelijk afstammend van een diersoort) torent boven drie figuurtjes uit die allen een fraai doekje (van Kees van Dongen-achtige kunstenaars) omhooghouden. Een tikje hooghartig is-ie wel, die meneer de veilingmeester. Die strijkt vast een dik bedrag aan commissie op.

In het midden van de zaal vinden we driedimensionale werken van diverse pluimage, van sieraden tot sculpturen. ‘Please, tell me who I am‘ van Chrystl Rijkeboer springt er voor mij uit: een figuur met ontelbare gezichtjes als uitstulpingen, de armen strekkend waar eveneens met beide handen een gelaat wordt getoond. Wie zijn wij, waar komen we vandaan en waar gaan we heen? Al die gezichten die we in het huidige tijdsgewricht moeten tonen en ophouden, daar kun je vermoeid en verward van raken.

Nog een weetje: op vrijdag 18 oktober jongstleden is tijdens de opening van deze ledententoonstelling De Vishal-Zumbrinkprijs uitgereikt. De naam Zumbrink verwijst naar Jan Zumbrink, kunsthistoricus en kunstcriticus (toen de kunstjournalistiek nog een menéér was) en docent kunstgeschiedenis aan de Hogeschool voor de Kunsten (HKU) in Utrecht. Beeldend kunstenaar Luuk Wilmering ontving de prijs voor zijn gehele oeuvre, bestaande uit collages, installaties, boekuitgaven en films. Een kunstenaar om ons de komende tijd in te verdiepen.

Ledententoonstelling ‘CHAOS + orde – ning’ in De Vishal, Grote Markt 20, Haarlem. Geopend van dinsdag t/m zaterdag 11 – 17 uur en zondags van 14.00 tot 17.00 u. Ook tijdens de Kunstlijn-weekenden geopend. Tot en met 24 november.

In de Zocherlounge – gevestigd in het voormalige kerkje op het vroegere PZ-terrein in Santpoort-Zuid – is in de maand juni de tentoonstelling ‘DISRUPTION’ van Annelies Veeze en Peter Hoogendijk te zien, twee kunstenaars die qua werk mooi bij elkaar aansluiten. Beiden maken kunst die tot nadenken stemt. Soms nadrukkelijk, dan weer subtiel.

door Paul Lips

(Coverfoto: ‘Stolen or Chosen’, Annelies Veeze)

Peter Hoogendijk, Annelies Veeze en Ben van der Sluis tijdens de opening.

Het neoclassicistische kerkje (een ontwerp van J.D. Zocher jr.) waar de cliënten van het Provinciaal Ziekenhuis ooit terecht konden voor geestelijk heil dreigde rond 2011 bijna in aanmerking te komen voor de sloop. Ben van der Sluis en Judith Goosen kochten het pand in 2012 en lieten het grondig restaureren en verbouwen, om er vervolgens een culturele bestemming aan te geven. De Zocherlounge was geboren. Nu is het gebouw gedeeltelijk in gebruik voor tentoonstellingen, muziekuitvoeringen, feestelijke en zakelijke activiteiten. De tentoonstellingen zijn te bezoeken tijdens de weekenden. De opening van de expositie ‘DISRUPTION‘(vertaling: ontregeling) van Annelies Veeze en Peter Hoogendijk afgelopen zondag was een drukbezochte, vrolijke bedoening. “Als kunstenaars zijn ze een gouden koppel”, zei Ben van der Sluis tijdens zijn openingswoord.

“Ik haal mijn inspiratie uit het volgen van nieuws, het observeren, inleven, bewonderen en verwonderen”, schrijft Annelies Veeze op haar website. Kunst maken beschouwt ze als een soort therapie: omdat dingen haar dwarszitten. Als beeldend kunstenaar is ze veelzijdig: ze schildert en maakt driedimensionaal werk in verschillende materialen. Lijnen en vlakken spelen een rol, ze bouwt haar werk architectonisch op. Neem het werk ‘Stolen or Chosen‘ uit 2021, waarop we de Amerikaanse vlag in bleekroze zien verbeeld. Jasper Johns zou hier vrolijk van worden. De sterren zijn vervangen door cirkels, dezelfde cirkels die rood worden gekleurd als er wordt gestemd. Een aantal van de cirkels is niet netjes rood ingekleurd, maar grofroze gekrast. Andere cirkels zijn helemaal niet ingevuld – en zouden net zo goed kogelgaten kunnen zijn. In de Verenigde Staten hebben bewoners het recht wapens te bezitten en te dragen. Maar liefst dertigduizend mensen overlijden in de VS jaarlijks door wapengeweld. Annelies verwondert zich hier al jaren over. Het is een thema dat regelmatig terugkeert in het werk van Veeze die sinds kort over een atelierruimte beschikt – maar haar werk in de periode daarvóór gewoon thuis vervaardigde. Net als die andere roemruchte kunstenaar: Jan Schoonhoven.
Een van de werken van Veeze heet ‘Schoonhoven meets Fibonacci‘. We zien een monochroom reliëf in de stijl van de Delftenaar, compleet met de piepkleine onregelmatigheidjes die zijn werk kenmerkten. ‘Fibonacci’ was de bijnaam van Leonardo van Pisa, een Italiaanse wiskundige die leefde in de 12de en 13de eeuw. De vermaarde ‘rij van Fibonacci’ begint met 0 en 1 en vervolgens is elk volgend element van de rij steeds de som van de twee voorgaande elementen. Vraag mij niets over wiskunde, maar als ik het werk van Annelies Veeze beschouw – mompel ik op cruijffiaanse wijze: ‘dat is logisch’.

‘Schoonhoven meets Fibonacci’, Annelies Veeze

Peter Hoogendijk een relatief een nieuwkomer in de kunstwereld, hoewel hij al sinds 1988 actief is. “Mijn kunst is grotendeels samengesteld uit afval. Tijdens mijn studie Kunstgeschiedenis (later stapte ik over op Filosofie) woonde ik in de Jordaan en later in de Staatsliedenbuurt. Het leek wel of iederéén zijn huis aan het verbouwen was in die periode. Talloze prachtige raampjes werden gewoon op straat of in de grofvuilbak geflikkerd. Ik ben die raampjes gaan verzamelen en maakte er samengestelde kunstwerken van. Er zit altijd een gedachte achter het werk. Om eerlijk te zijn is dit pas de tweede keer dat ik exposeer. Daarom ben ik Ben erg dankbaar dat hij Annelies en mij hier de kans biedt.”

Naar een idee van zijn echtgenote Eline kwam afgelopen jaar een prachtig boekje uit onder de titel ‘Raampjes 1988-2023‘, met daarin 36 afbeeldingen en beschrijvingen van het werk van Peter Hoogendijk.
Een prominent werk van hem (dat ook de flyer van de tentoonstelling siert) is ‘Veer‘, dat associeert met het schilderij ‘De dood van Marat‘ uit 1793 van Jacques-Louis David. Het raampje van Peter Hoogendijk is de achterzijde van een ingelijst schilderij, waarop een schrijfveer is aangebracht. Linksboven op het raampje staat een handgeblazen inktpotje. De veer werd eerder gevonden in het grote roofvogelhuis in Artis en lag jarenlang opgeslagen in de kelder.
Jean-Paul Marat (1743-1793) was een revolutionair politicus, arts, filosoof en journalist ten tijde van de Franse Revolutie. Tijdens zijn later leven leed hij aan hevige jeuk, die hij enkel kon verlichten door langdurige in de badkuip door te brengen. Volgens de overlevering zat Marat in bad doodvonnissen te schrijven toen een politieke tegenstandster – Charlotte Corday – wist binnen te dringen in zijn woning en hem met een keukenmes in bad vermoordde. De moord is op klassieke wijze vastgelegd op het schilderij van David, een prominent werk in de kunstgeschiedenis. Het raampje van Hoogendijk verwijst op een prachtige manier naar wat het politieke discours zoal in mensenlevens teweeg kan brengen. Ontregeling. Met alle gevolgen van dien.

‘Paradijs’, Peter Hoogendijk

Ook andere raampjes laat ons nadenken over wereldse zaken, zoals het tralieraam met daarachter een sleutel, waarbij je jouw gedachten over vrijheid en onvrijheid kunt laten stromen. Of neem ‘Paradijs‘, een raamwerk met bladeren, een tak en een bladzijde uit de Bijbel. Uitgerekend de bladzijde met het verhaal van Adam en Eva in het Paradijs, verleid door de Duivel in de gedaante van een slang. Waarom plaatst een godheid midden in zijn eigen paradijs een onweerstaanbaar verleidelijk verbod in de vorm van een appelboom, vraagt Hoogendijk zich af. Deze god van de liefde had er net zo goed een handgranaat kunnen plaatsen: niet aan de pin trekken. Gevalletje pootje lichten optima forma.

Voor mij als liefhebber van de kunstgeschiedenis is Hoogendijks ‘Pablo‘ dan ook nog een verrukkelijk werk, bestaande uit een houten hamer en deurkrukken van koehoorn. Het is een ode aan het ready-made kunstwerk ‘Stierenkop‘ (1942) van Pablo Picasso, dat bestaat uit een fietsstuur en zadel. De ondertekening ‘Pablo‘ is afkomstig van een brief die werd getoond in het Van Gogh Museum, waar Hoogendijk een foto van maakte. Met een etsnaald kopieerde hij de voornaam in het lood.

Fietsen naar de Zocherlaan (lees: Brederodelaan) in Bloemendaal is geen straf. Daar mag u een van de komende juni-weekenden gerust een paar uurtjes voor uittrekken.

Tentoonstelling ‘DISRUPTION’ van Annelies Veeze en Peter Hoogendijk in de Zocherlounge, Zocherlaan 1, Bloemendaal (bij Brederodelaan). Geopend tijdens de weekenden zaterdag 1 en zondag 2 juni, zaterdag 8 en zondag 9 juni, zaterdag 15 en zondag 16 juni en zaterdag 22 en zondag 23 juni van 13.00 tot 17.00 uur.

(Dit artikel is ook verschenen op www. spaarnestroom.nl Spaarnestroom 2024 – Cultureel Haarlem in de spotlight)

Drie krachtige individualisten: zo worden de exposanten omschreven waarvan momenteel werk te zien in in De Vishal aan de Grote Markt. De titel verwijst naar wat voor effect het geheel bij de bezoeker kan opleveren: een kijk-ervaring die indruk maakt en waar je de komende tijd nog eens aan terugdenkt. Marinus Fuit, Reinier Lucassen en Arjanne van der Spek dagen de kijker elk op hun eigenzinnige wijze uit.

door Paul Lips

Marinus Fuit en Reinier Lucassen tijdens de opening van de tentoonstelling. Daarachter leunend tegen de pilaar Arjanne van der Spek.

Bij de opening van de tentoonstelling werd direct duidelijk dat de beeldend kunstenaar Marinus Fuit zich op grote populariteit mag verheugen in het Haarlemse. Veel stadgenoten hebben werk van Fuit hangen of bezoeken trouw zijn exposities. Sommigen hebben speciaal voor deze tentoonstelling een thuishangend werk uitgeleend.
De eerste keer dat ik die bijzondere kunst van Marinus Fuit zag was vermoedelijk in 1973 in De Hallen, ook aan de Grote Markt gevestigd. Ik was als 15-jarige direct geïmponeerd door deze zogeheten Nieuwe Figuratie. Vanaf dat moment zou het handschrift met de strenge lijnvoering van Marinus Fuit nimmer uit mijn geheugen verdwijnen; ik zou een Fuit voortaan direct herkennen. Niet dat ik er altijd enthousiast over was: dat wisselt wel eens. Soms roept het keurig ‘kleuren-binnen-de lijntjes’ een verlangen op naar een woeste pollockiaanse verftoets. Maar de unieke Fuit-stijl is onmiskenbaar. Met portlood, O.-I. Inkt, aquarelverf, soms gouache.

Niet veel later kwam ik in contact met het werk van Reinier Lucassen, vaak simpelweg aangeduid als ‘Lucassen’. Ook zijn werk intrigeerde me. Pop-art-achtig, met ogenschijnlijk simpel geschilderde figuren, soms een pin-up maar ook vaak losse – soms alledaagse – gebruiksvoorwerpen in een ruimte, van schemerlanp tot palm of pijp. En dan waren er nog de schilderijen met letters en cijfers, waarachter zich een wereld van verbeelding bevond maar die op het eerste gezicht lastig te begrijpen viel.

‘Maison d’essence’, © Marinus Fuit

Het werk van Arjanne van der Spek is voor mij op deze expositie een kennismaking. Wie haar naam googelt merkt dat ze al van alles heeft gedaan en dat er verschillende monumentale werken van haar te zien zijn in allerlei openbare ruimtes. Arjanne is beeldhouwer, glassschilder, installatiekunstenaar en graficus. Haar werk is niet puur abstract, zegt ze er zelf over. Meer er tussenin. “Ik noem het wel eens organisch abstract; vormen van wolken, stenen, stormen, kleden, planten, trossen, lippen, vingerafdrukken, enzovoort”, aldus de kunstenaar.

Wandelend langs de werken met de looplijst in de hand valt direct de rust op die te vinden is in de poëtische werken van Marinus Fuit (Koog aan de Zaan, 1934). De helblauwe luchten, de spaarzame aanwezige verschijningen in de vorm van ballen, wapperende gordijnen, industriële objecten, scheepskokers, palen of gebouwen enzovoort. Lang geleden wilden er nog wel eens menselijke figuren (voetballers, zwemmers, gymnasten) opduiken in het werk van Fuit, maar deze zijn inmiddels geheel verdwenen. De staalblauwe luchten steevast wolkloos. Een zon zul je als kijker niet ontwaren.
Ondanks de leegte en het schijnbare niet-aan-de-hand-gevoel dat het werk oproept, zou je kunnen stellen dat er sprake kan zijn van een onzichtbare dreiging, zo legde Fuit onlangs uit in een interview. Die dreiging kan – hoewel niet zichtbaar – te maken hebben met het fenomeen ‘oorlog’. Buiten beeld zouden er zomaar bommenwerpers aan de horizon kunnen verschijnen.
In feite zijn wij mensen slechts passanten in een wereld die we zelf aardig om zeep helpen, mag men stellen. Daarom kan zo’n raam met ‘Wapperend gordijn in kustomgeving‘ zo geruststellend werken. Zijn er personen binnen in dat etablissement? En wat zijn ze aan het doen?
Apart is het werk ‘Springplank met busje‘, waar naast blauw en zwart, de kleuren geel, groen en oranjerood zijn gebruikt. Doorsnedes zijn aangebracht met stippellijnen, als wiskundige formules.

Mysterieuze formules vinden we eveneens in het werk van (Reinier) Lucassen (Amsterdam, 1939). Daar zijn hele verhandelingen over geschreven. Lucassen heeft ook internationaal geëxposeerd en richtte in 1967 met Jan Dibbets en Ger van Elk zelfs een Instituut voor Herscholing van Kunstenaars op. Lucassen was tevens jarenlang hoofddocent schilderen aan de AKI (Academie voor Art & Design, voorheen Akademie voor Kunst en Industrie) in Enschede.
Er zijn boeken over hem verschenen, waarin Lucassen ook zelf niet schroomt om in de pen te klimmen en verhandelingen te schrijven over de ontwikkelingen in de kunst. Ze zijn hoogst vermakelijk om te lezen. Zo veegt Lucassen en passant de vloer aan met sommige prominente vertegenwoordigers van de Amerikaanse Pop Art-stroming: Andy Warhol, Roy Lichtenstein en Claes Oldenburg. Lucassen noemt hun kunst ‘oubollige grappen’ en een ‘fopartikel’. Zelf werd Lucasssen een tijdlang als een soort vertegenwoordiger van ‘Europese Pop Art’ beschouwd. Maar die bestaat niet, stelt hij.

‘Nederland is gefundeerd op boeren en kruideniers, nijvere cententellers en dwangneurotische spaarders’, © Reinier Lucassen

Assemblages van Lucassen doen de mondhoeken krullen, al was het alleen maar om de maffe titels van de werken. Neem bijvoorbeeld het werk ‘Nederland is gefundeerd op boeren en kruideniers, nijvere cententellers en dwangneurotische spaarders‘ uit 2014. Een jongedame in Volendams kostuum kijkt meewarig een jongeman aan, die niet overloopt van activiteit. Ogenschijnlijk willekeurige sterren, stickers (‘30% korting’) en buttons (‘Jaguar coupé’) sieren het geheel. Het is vermakelijk cynisme, zoals ook bij het werk ‘De dood van Winnetou (de nobele wilde)‘, waarop vloeiende abstracte vormen te zien zijn met op de achtergrond een pastiche van ‘Het Zigeunerinnetje’ van Frans Hals (door sommigen verward met ‘Malle Babbe’, maar dit terzijde).
Ernaast hangt een overwegend wit geschilderde ‘assemblage’ met daarop de typische beeldtaal van Lucassen: letters, cirkels, cijfers. ‘First contact – De eerste boodschap van naar de aarde gezonden door buitenaardse intelligentsia: Piss off!‘, is de titel. Want de mens is in feite ‘een mislukt product’, heeft de kunstenaar zich weleens in een interview laten ontvallen.

Arjanne van der Spek (Rotterdam, 1958) is op deze tentoonstelling vertegenwoordigd met keramiek en kunst gemaakt van porselein, geblazen glas en aluminium. De installatie met objecten en werken in de serie ‘gemengde techniek op papier) bewegen zich tussen abstractie en figuratief. De installatie in het midden van de ruimte bestaat uit werken op vier ‘zwevende’ tafels en middenin een werk op een sokkel getiteld ‘De nieuwe herhaling’. Voor haar gaat kunst over ‘verpersoonlijking en verbinding met ‘de massa’, de anderen’. De kunstwerken van Arjanne zullen de meeste vragen bij de kijker oproepen, zoveel is duidelijk. In die zin heeft curator Aart van der Kuijl het weer slim aangepakt: hij brengt onze verwende hoofden in aanraking met kunst waar je op moet kauwen.
Naar de betekenis van titels als ‘Stofdroom‘, ‘Mobiushond‘ of ‘Bui‘ mogen we gissen. Een mooie vorm heeft het werk ‘Bui’ zeker, als een soort oprijzende berg in Yves Klein Blauw (International Klein Blue) of massief neerdalend stuk neerslag, hetgeen een voorteken zou kunnen zijn van het onheil dat ons te wachten staat als we niet eens aan de gang gaan met klimaatadaptie of de vermindering van uitstoot.

‘Bui’, © Arjanne van der Spek

Wellicht is dat mede de reden dat Arjanne van der Spek in de hoogte een stel vetplanten aan haar kunstinstallatie heeft toegevoegd. Een combinatie van een beeld met planten maakte ze al vaker, zoals voor ArtZuid in Amsterdam. En voor de gemeente Apeldoorn maakte ze een ‘Gedachtenbeeld‘, wat op zich natuurlijk een geweldige gedachte is. Google haar naam maar eens en je ziet wat foto’s van beelden waarbij wellicht op het eerste gezicht je wenkbrauwen fronsen maar die op de lange termijn zullen intrigeren.
En zo is deze tentoonstelling ‘Meer dan de som der delen’ geslaagd te noemen. De vraag is echter wel of al die kunstliefhebbers die bij de opening aanwezig waren later nog eens opnieuw de gang naar De Vishal maken om het werk nog eens rustig te aanschouwen. Maar dat is ze aan te raden.

‘Meer dan de som der delen’ met werk van Marinus Fuit, Reinier Lucassen en Arjanne van der Spek. Tot en met zondag 17 maart te zien in De Vishal, Grote Markt 20, 2011 RD Haarlem. Dinsdag t/m zaterdag van 11.00 tot 17.00 uur en zondag van 14.00 tot 17.00 uur.

Meer dan de som der delen – De Vishal

=========================

(dit artikel is ook verschenen op www.spaarnestroom.nl)

Tentoonstelling ‘Meer dan de som der delen’: Fuit, Lucassen en Van der Spek in De Vishal in Haarlem – Cultureel Haarlem in de spotlight (spaarnestroom.nl)

op de voorgrond: ‘De nieuwe herhaling’, © Arjanne van der Spek

De afgelopen dagen hebben we veel vragen gekregen over de coronamaatregelen bij de opening van de Kunstlijn en tijdens het weekeinde. Na de persconferentie van 2 november hopen we hierbij een en ander te verduidelijken.

De opening

In tegenstelling tot eerdere berichten vindt de opening van de Kunstlijn, wegens omstandigheden, plaats in de KLOOSTERGANGEN en NIET in de Gravenzaal.

Je bent, op vertoon van een geldig coronabewijs, van harte welkom bij de opening.
De opening start om 20.00 uur (inloop vanaf 19.30 uur) en wordt verricht door burgemeester Jos Wienen, Kunstlijn-directeur Joke Breemouer en theatermaker Steef de Jong. We sluiten de opening af met een gezellig glaasje bubbels in de Librije van het stadhuis.

Aansluitend kun je alvast sfeer proeven en kunst kijken bij de locaties, die op vrijdagavond hun deuren al voor je openen.

Het Kunstlijn-weekeinde

Musea en culturele instellingen zullen de richtlijnen volgen, die vanaf zaterdag voor hen van toepassing zijn, namelijk toegang op basis van een geldig coronabewijs.

De overige locaties bepalen ieder voor zich op welke wijze ze hun bezoekers toegang verlenen. Bij een één zal dat zijn door middel van een geldig coronabewijs. Bij de ander zul je naar binnen mogen met een mondkapje.

Zorg dus dat je op alles voorbereid bent en dat je zowel een mondkapje als een geldig coronabewijs bij je hebt als je de Kunstlijn gaat bezoeken.

We wensen je heel veel mooie kunst en plezier toe komend weekend!

Team Kunstlijn