De eerste twee weekenden van november staat Haarlem weer volop in het teken van beeldende kunst. Kunstlijn Haarlem biedt liefhebbers vier dagen de gelegenheid een kijkje te nemen in ateliers, galeries, musea en meer. We besteden aandacht aan drie deelnemende installatiekunstenaars.

‘Natuur en politiek inspireren mij’                                                                      

Dik Box studeerde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Tijdens Kunstlijn Haarlem is zijn werk te zien in zijn atelier en presentatieruimte, Oude Kruisweg 78 in Cruquius (Haarlemmermeer) en in de Vishal, Grote Markt 20 in Haarlem.

Dik Box

“Mijn werk is tweedelig. Ik maak installaties met een politieke context en daarnaast creëer ik mobiles en kinetische objecten zonder specifieke betekenis. Ook wel concrete kunst genoemd. Je kijkt ernaar, het is wat het is. Deze objecten zijn gebaseerd op bewegingen in de natuur, zoals een bloem die langzaam opengaat en weer sluit. Het object beweegt of ontvouwt zich en zakt weer ineen. De spanning zit in de traagheid van de beweging. De afgelopen jaren heb ik meerdere grote installaties,  mobiles en kinetische objecten gemaakt, aangestuurd door wind of een motor. De werken zijn nu gereed om geëxposeerd te worden. Tijdens de Kunstlijnweekenden organiseer ik rondleidingen in mijn presentatieruimte en atelier. Ik zou graag zien dat de werken uiteindelijk terecht komen op een geschikte locatie zoals een museum.”

De natuur als gebruiksvoorwerp

“Mijn installaties bevatten een duidelijke politieke boodschap. Het leven bestaat niet alleen uit concrete zaken, maar ook uit emoties. Ik vind het interessant om beiden in mijn kunst te verwerken. Een tijdje terug heb ik in een cel in de Koepel in Haarlem geëxposeerd. De installatie verbeeldde een mens in een veel te klein bootje. Het werk heeft meerdere achtergronden. We zijn langzamerhand bezig onze aarde te vernietigen. We zien de natuur als een gebruiksvoorwerp en hebben er geen respect en waardering voor. Ik maak me zorgen om alle oorlogen die aan de gang zijn, de zeespiegel die stijgt. Waar gaat het heen met de wereld? Het gaat me niet om mijzelf, maar om mijn kinderen en kleinkinderen. Zij zullen hier straks de negatieve gevolgen van ervaren.”

Noest staal en kwetsbare componenten

“Mijn werk bevindt zich op het snijvlak van kunst, techniek en zintuiglijke ervaring. Ik werk intuïtief en onderzoekend, ook wat betreft materiaalgebruik. Proefondervindelijk ervaar ik wat ik ermee kan. Dit geldt in mindere mate bij werk in opdracht, dan heb ik te maken met vastgestelde kaders en randvoorwaarden. Het is een andere manier van werken, maar de uitdaging en het plezier zijn er niet minder om. In mijn werk experimenteer ik ook vaak met fluorescerende pigmenten om het immateriële te benadrukken en de ruimtelijkheid te vergroten. In de jaren dat ik als kunstenaar werk, ben ik altijd bezig met onderzoek naar de mogelijkheden van vormgeving en beeldende kunst. Van tafels, lampen en loodzware beelden gemaakt van noest staal of samengesteld uit metalen staafjes, ben ik overgegaan naar onder meer installaties bestaande uit kwetsbare componenten. Samen met mijn vrouw heb ik ook nog een aantal spraakmakende, grootschalige projecten georganiseerd, zoals ‘Beeldende kunst op schootsafstand van Haarlem’ in de Genieloods van het Kunstfort bij Vijfhuizen (2012), een gevelproject aan Schouwburg De Meerse (2004, Hoofddorp) en ‘Pionèri con tutti’, (Hoofddorp, 2001) om er maar een paar te noemen.”

Dik Box

 

‘Kunst helpt me om mijn wereld te ordenen’                                                                                    Joanne Luijmes studeerde aan ArtEZ Hogeschool voor de kunsten in Arnhem. Tijdens Kunstlijn Haarlem is haar werk te zien in haar atelier (0.04) in ateliercomplex Het Hoofdkantoor, Waarderweg 78 in Haarlem.

Joanne Luijmes 

“Al mijn hele leven neem ik kleuren waar bij tekst, getallen en tijd. Dit verschijnsel heet synesthesie. Ik heb daar geen last van. Sterker nog, ik gebruik het om emoties, herinneringen en gebeurtenissen te onthouden en te plaatsen. In mijn hoofd heb ik een soort wereldbeeld van eilanden met verschillende kleuren die met elkaar verbonden zijn via routes. Het leven verandert de hele tijd, dus dat beeld wijzigt ook. Ik ben constant aan het rangschikken in mijn hoofd. Het autonoom werken als kunstenaar in combinatie met mijn associatieve geest gaf me aanvankelijk veel chaos. Ik ben daarom gaan archiveren, het ordenen van onderwerpen en kleuren is hét thema in mijn kunst. Mijn synesthesie helpt me daarbij. Ik geef emoties, het verleden en het heden een kleur. Blauw, rood, geel, wit, zwart en goud zijn bijzondere kleuren voor mij. Om ze zo goed mogelijk in mijn werk weer te geven, onderzoek ik wat verf doet op verschillende materialen als vilt en dun vlies. Ik probeer kleuren een plek te geven in een soort plattegrond, een weergave van mijn geest.”

Onderdeel van een geheel

“Tijdens de Biënnale van Venetië in 2022 heb ik een ruimte in het Palazzo Mora ingericht. De installatie heet ‘Mapping my world’ en gaat over het ordenen van onderwerpen, persoonlijke associaties en kleur in een imaginaire wereld. Ik heb geverfde vliezen opgehangen en die met elkaar verbonden met gouden draden, zoals op een kaart met een legenda met uitleg van symbolen en kleuren. In het midden van de ruimte hing een bolle spiegel op ooghoogte waarin iedereen zichzelf kon zien als onderdeel van een groter geheel. Zo voel ik dat ook in mijn hoofd, ik ervaar altijd verbinding. Soms wordt me dat teveel. Alleen werken in mijn atelier is voor mij heel belangrijk, in rust zonder prikkels van buitenaf.”

“Voor de rechtbank in Haarlem heb ik geluidsreducerende objecten van vilt gemaakt. Ik gebruik in mijn installaties ook zijde en wol. Momenteel werk ik veel met dun vliesmateriaal. Na het verven, scheur ik de vliezen en leg ze over elkaar heen, zo ontstaat er dieptewerking. Ik versterk of verzwak de kleuren door met verschillende lagen vlies te werken. Het zijn kleuren die ik van tevoren niet heb kunnen bedenken, dat houdt het maakproces voor mij spannend. Hierbij speelt intuïtie een grote rol.”

‘Het verschil van hetzelfde’

“Mijn werk gaat over universele onderwerpen waar iedereen over nadenkt, zoals sterfelijkheid, depressie, schoonheid, geluk en het ouderschap. Bij elk onderwerp komen associaties, herinneringen en kleuren op. Ik probeer ze te vatten en op een plek te zetten binnen het geheel. Wat ik ook belangrijk vind is ‘het verschil van hetzelfde’. Ik heb een lange periode een boom gefotografeerd. Elke keer als ik naar buiten keek zag hij er anders uit, toch was het steeds dezelfde boom. Dat had natuurlijk te maken met het veranderende licht. Zo’n serie foto’s zou ik graag in een groter geheel zien zoals in een ziekenhuishal of in een hal op Schiphol.”

Joanne Luijmes

 

‘Atoombunkers en museumzalen fascineren mij’ 

Kees van Leeuwen studeerde aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam en aan de Koninklijke Academie (MFA) in Den Haag. Tijdens Kunstlijn Haarlem is zijn werk te zien in het ABC Architectuurcentrum, Groot Heiligland 47 in Haarlem en in het Rosenstock-Huessy Huis, Hagestraat 10 in Haarlem.

Kees van Leeuwen

“Ik ben overgevoelig voor prikkels en ervaar ruimte op een andere manier dan de meeste mensen. Ik zie alles driedimensionaal, ik zie zelfs de ruimte achter de ruimtes. Met mijn objecten vorm ik de ruimte en speel met de interactie tussen de toeschouwer en mijn sculpturen. Ik kijk naar ruimte en hoe die mensen beïnvloedt. Het interesseert me hoe objecten daarin ervaren worden. Dat wil ik laten zien in mijn werk. Daarnaast probeer ik ook mijn eigen beleving van ruimte te verbeelden.”

“Op de kunstacademie heb ik fine arts en architectuur gestudeerd. Als kind al had ik een fascinatie voor ruimte en wilde eigenlijk architect worden. Vanwege mijn zware dyslexie kan ik niet lezen en schrijven, een carrière als architect zat er niet in. Op beide academies kreeg ik echter de vrijheid om te ontdekken en vond ik een taal en de middelen die bij mij passen. Mijn werk is een manier om te communiceren met de wereld. Zo kan ik mijn gedachten, niet op papier, maar in vormen zichtbaar maken.”

Afgesloten van de buitenwereld

“Alle ruimtes hebben een bepaalde functie. Mensen kunnen een ruimte ‘lezen’ en bedenken waar die voor dient. Ik vind het interessant om daarmee te experimenteren. Atoombunkers en museumzalen fascineren mij enorm, ruimtes afgesloten van de buitenwereld. Een museumruimte, een white cube is ontwikkeld om een neutrale plek te zijn waar het gaat om de tentoongestelde werken. Dit soort ruimtes zijn erg prettig voor mij gezien mijn gevoeligheid. Ik kan er mijn gedachtes projecteren zonder invloed van buitenaf. De eerste keer dat ik in Haarlem de atoombunker onder het provinciehuis bezocht, was dat gevoel van isolement nog extremer. Ik voelde gelijk dat dit de ultieme plek is om kunst te tonen.”

Een unheimisch gevoel

“Deze atoombunkers uit de jaren vijftig tot aan de jaren negentig zijn gebouwd om minimaal twee weken compleet geïsoleerd van de buitenwereld te kunnen verblijven. Er is nagedacht over de aanwezigheid van zuurstof, elektriciteit, voedsel, maar ook over wat mensen mentaal nodig hebben om te overleven. Het zijn ruimtes met een eigen tijdsgeest waar je doorheen kunt dwalen. Ze zijn anders dan iedere ruimte die ik tot nu toe heb gezien. Dat vind ik intrigerend.”

“Mijn installaties bestaan uit, gecreëerde, liminale ruimtes, ze werken vaak bevreemdend. Ik zoek er materialen bij om een bepaalde intentie te verbeelden. Als je binnenloopt vraag je je af waar je bent beland en waar de plek toe dient. Veel mensen krijgen er een ongemakkelijk gevoel bij, dat doe ik met opzet. Pas dan gaan toeschouwers echt kijken naar de ruimte en de details, en kan ik ze laten zien hoe ik ruimte ervaar.”

Kees van Leeuwen

Tekst: Meta van der Meijden                                                                                                                              Foto’s: Christhilde Klein

Dit artikel is ook gepubliceerd in HRLM Stadsglossy nummer 99

 

‘Ik word blij van herhaling’

De unieke stijl van Paul van Zijp is te herkennen aan herhaling van ritmes, vierkante delen, lijnen en licht- en schaduwwerking. De kunstenaar haalt inspiratie uit geometrische vormen en patronen. Het liefst werkt hij met gerecycled hout. “Verzagen en verlijmen is mijn handschrift.”

Al zestien jaar heeft Paul zijn atelier in Fort bij de Liebrug in Haarlemmerliede. Een fantastische plek middenin het groen met uitzicht op het water. In de werkruimte staan zelfgemaakte tafels, bijzettafels en houten sculpturen in organische vormen. Aan de wanden hangen zelfontworpen lampen en grote en kleine houten objecten. Achterin staat een werkbank. Op het blad ligt een verlijmd houten onderdeel vastgezet met houtklemmen. De ruimte staat vol met apparatuur en gereedschap zoals een vreesmachine, zaagtafel, boormachine, bankschroeven, houtklemmen, schuurmachines, een voorraad hout en potten houtlijm.

Paul omschrijft zijn werk als geometrische kunst. Hij verzaagt en verlijmt met name oude houten tafelbladen. Het kunnen tafels blijven of verwerkt worden tot kleinere meubels of lampen. Hij maakt ook abstracte kunstobjecten en beeldhouwwerk. De tafels koopt hij in kringloopwinkels of via Marktplaats waar ze regelmatig ook gratis worden aangeboden. “Mensen raken tegenwoordig hun oude tafels aan de straatstenen niet kwijt.” Hij wijst op een groot houten vierkant aan de wand bestaande uit meerdere rijen kleine vierkante delen. “Dat is ook een tafelblad geweest.”

Paul van Zijp

Tafelprojecten

Het verzagen en verlijmen van tafelbladen is zo’n acht jaar geleden begonnen met een tafelproject voor een vriendin. Zij vroeg of hij van haar langwerpige tafel een ovale kon maken. “Het leek een simpele opdracht, maar op het moment dat ik de tafel omdraaide zag ik dat de buitenrand veel dikker was dan het middendeel. Ovaal afzagen ging dus niet als ik de mooie buitenrand wilde behouden. Ik kwam op het idee om eerst de ovale vorm uit het middeldeel te zagen en daarna van de dikkere rand allemaal kleine blokken te zagen en die er aan vast te lijmen. Zo had de tafel toch weer een mooie buitenrand.” De tafel stond tentoongesteld tijdens Kunstlijn Haarlem. Een echtpaar uit de Kleverparkbuurt was zeer enthousiast. “Zij wilden ook hun oude tafel laten verwerken tot iets nieuws, kleiner en met mijn handschrift.”

Volgens Paul is zijn unieke stijl te herkennen aan herhaling van ritmes, lijnen, vierkante delen en de werking van licht en schaduw. “Het verzagen en verlijmen is mijn handschrift. Het patroon, de nerfwerking en de schaduwwerking geven een verrassend effect aan mijn werk. Afhankelijk van de hoek van de zaag wordt het een vlak werk of een 3D object. Met hout werken geeft me rust. Het creëren van geometrische vormen en patronen is meditatief en fijn om te doen. Uiteindelijk moet ik zelf ook blij worden van het eindproduct.”

Paul van Zijp

Stoel als kunstvoorwerp

De kunstenaar is al sinds jong gefascineerd door hout. Op zevenjarige leeftijd ging hij op timmerles bij zijn opa om met hout te leren werken. “Mijn opa maakte alles zelf, bedden, kasten, lampen noem maar op. Ik wilde ook timmerman worden.” Het liep anders. Na een studie werktuigbouwkunde en de HTS werkte Paul uiteindelijk vijfentwintig jaar in de gezondheidszorg als röntgenlaborant. “Ik voelde me in de zorg meer thuis dan in de mannenwereld van de werktuigbouwkunde.”

In 2008 studeerde de kunstenaar af als meubelontwerper aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Tijdens zijn studie ontwikkelde hij een voorliefde voor het ontwerpen van sculpturale zitobjecten. “Na mijn opleiding begon ik met het maken van stoelen. Al snel ontdekte ik dat dit in mijn eentje niet ging. Als je zes eettafelstoelen ontwerpt bijvoorbeeld moet je eerst een prototype maken. Bij het productieproces zijn meer mensen nodig en ik werk liever alleen. Ik heb nog getwijfeld om stoelen als kunstobjecten te ontwerpen. In mijn atelier staat een stoel van aluminium, die heb ik door een ander moeten laten lassen waardoor de kosten stegen en de stoel te duur werd. Daar is eigenlijk geen markt voor. Op een bepaald moment raakte ik in een soort impasse. Hoe nu verder? Ik wilde wel graag creatief bezig blijven.”

De oplossing kwam geheel onverwachts. Paul leegde een doos met houten reststukken op zijn werktafel en begon ermee te schuiven. “Het gebeurde onder mijn handen. Er ontstonden spannende vormen en nieuwe lijnen kwamen tot leven. Ik zag herhalingen en hoe door hoogteverschil schaduw ontstond. Dit is interessant, dacht ik. Ik besloot het gecontroleerd aan te pakken en heb hout gekocht en in gelijke blokjes gezaagd en verlijmd.”

Paul van Zijp

Haakse slijper

De kunstenaar koopt tegenwoordig zo min mogelijk nieuw materiaal. “In deze tijd die om duurzaamheid vraagt, werk ik voornamelijk met oud hout. Vandaar dat ik zo blij ben met de tafels die ik vind op Marktplaats. Het zijn vaak oude tafels gemaakt van prachtig hout, geleefd en uitgewerkt. Meestal zit er zo’n lelijke bruine laklaag op, die schuur ik er gelijk af. Het hout dat tevoorschijn komt krijgt een nieuw leven. Vervolgens kan er van alles ontstaan, het kunnen tafels blijven of abstract werk worden. Zoals dit beeldhouwwerk.” Hij legt zijn hand op een ronde sculptuur met aan de zijkant een opening. “Ik hou van werken met machines, met name de haakse slijper. Ik zie graag snel resultaat. Toch heb ik bij dit object de opening uitgehakt met hamer en beitel, dat was echt gaaf. Het duurde alleen wat langer.”

Paul werkt niet conceptueel, er zit geen verhaal achter zijn kunst. Hij noemt zichzelf een praktisch mens. “Op de allereerste dag van mijn studie in Den Haag kreeg ik een meubelplaat van 1.20 meter bij 1.20 meter en de opdracht een stoel te maken. Daar hou ik van, een gerichte opdracht. Als mijn werk al ergens over gaat, dan is het over herhaling van ritmes en schaduw en licht. Dat maakt me gelukkig. Ik heb een fascinatie voor vorm, patronen en regelmaat.” Hij wijst op een houten wandobject. “Als je horizontaal kijkt is het één blokje op rij en vervolgens drie met een gaatje, daarna is het één blokje en aansluitend twee met een gaatje. Zo ontstaat een patroon. Daar speel ik mee, dat maakt het boeiend.”

Paul van Zijp

Moderne architectuur

De kunstenaar haalt inspiratie uit geometrische vormen en patronen. Hij houdt van moderne architectuur, grote gebouwen met bijzondere trappenhuizen bijvoorbeeld. “Ik word daar blij van. Het is wel altijd de vraag hoe ik dat terugbreng in mijn eigen werk. Die herhaling van vorm en lichtval is natuurlijk iets wat ik ook graag toepas. De huiden die je ziet in de natuur zoals de bast van een boom vind ik ook interessant. Het is maar net hoe je het verschaalt.” Hij pakt een klein 3D werk met allemaal gelijke omhoogstaande punten. “Dit object bijvoorbeeld kan een hele ruwe bast zijn, maar dan uitvergroot. Ik kan op onverwachte momenten geraakt worden door wat ik zie. Een aantal maanden terug paste ik op een huis in Olst. Ik ging in Museum Arnhem naar een tentoonstelling met werk van een keramiste. Ze had maskers van keramiek gemaakt, die intrigeerden me. Terug in mijn atelier ben ik met reststukken hout ook een soort gezichtsvormen gaan maken.”

Soms bedenkt hij van tevoren wat hij gaat maken, maar meestal ontstaat het gaandeweg. “Het gebeurt onder mijn handen, dat is ook het spannende. Ik was een tafelblad aan het zagen en wist nog niet waar het heen ging.” Hij toont een kunstwerk met rijen houten blokjes onder elkaar. “Ik had uitgerekend dat ik honderd stukjes nodig had en kwam al zagend uit op zesennegentig delen. Vier tekort. Wat eerst een probleem leek werd juist de verassing van het werk. Ik heb vier in het oog springende blokjes toegevoegd van ander hout. Ik geef mijn werk normaal gesproken nooit een titel. Laat toeschouwers er zelf maar wat bij bedenken. Dit werk heeft wel een titel: ‘Am I included?’. Hoor ik erbij? We vragen ons allemaal wel eens af of we bij de samenleving horen. Het leuke is dat deze opvallende vier juist onderdeel zijn van die massa van gelijke blokjes, ze maken het werk bijzonder. Dat had ik vooraf niet kunnen bedenken.”

Paul van Zijp

Notenhout en eiken

Paul wordt wel vaker verrast door zijn eigen werk. Bijvoorbeeld door de lampen die hij maakt van kleine blokjes van cement. Uiteindelijk bleek de lamp een hele andere vorm te krijgen op de muur door de schaduwwerking van het licht van de gloeilamp en het licht van buiten. “Die schaduw maakt het werk interessanter.”

Aan de wand in zijn atelier hangt een kunstwerk gevormd door vier kleine vierkanten van zeer donker hout. “Dat is notenhout, daar liep ik toevallig tegen aan. Op Marktplaats werd een mooie salontafel van vier centimeter dik hout aangeboden voor maar vijfenzeventig euro. De eigenaar wilde er van af, er miste een poot. Ik denk niet dat hij zich realiseerde dat het notenhout was. Ik heb er veel kunstwerken van kunnen maken.”

De tafels blijken wel vaker een cadeautje. Paul haalt ze bij de mensen thuis op met zijn busje. Niet altijd komt de tafel overeen met de foto’s op Marktplaats, maar de kunstenaar neemt ze wel mee. “Ze zijn vaak gratis zeker eikenhouten tafels, die wil niemand meer. Ze zijn ook niet te tillen. Een tijdje terug heb ik van een oude tafel een nieuwe gemaakt voor mijn neef. Na het schuren kwam er echt heel mooi hout tevoorschijn. Ik kon het niet thuis brengen, het leek een beetje teakachtig. Ik heb er een baan uitgezaagd en op mijn manier opgevuld met houten blokjes.”

Een andere keer bleek de op te halen tafel een gefineerd blad te hebben. Paul is eigenlijk altijd op zoek naar massief houten tafels en was in eerste instantie niet blij. “Tijdens de bewerking pakte dit tafelblad juist heel goed uit. Het kunstwerk is vlak, maar er zit dieptewerking in door het kleurverschil in de houten delen. Met het schuren van het vlak haalde ik bij het ene blokje meer weg dan bij het andere. Ze verschilden blijkbaar minimaal van hoogte. Het was een hele donkere tafel, door het schuren kwam het lichtere houtfineer eronder vandaan. Zo ontstonden er donkere en lichtere delen. Ik heb dit werk nu al een aantal keren geëxposeerd. Toeschouwers vinden het een intrigerend werk, ze snappen niet waar het kleurverschil vandaan komt en vragen me of ik sommige delen gebeitst heb. Die ‘miskoop’ bleek een hele fijne verrassing.”

Tekst: Meta van der Meijden

Fotografie: Christhilde Klein

Het interview is ook gepubliceerd in HRLM Stadsglossy nummer 98

Paul van Zijp

‘Ik zie schoonheid in het alledaagse’

De schilderijen van Frank van Roessel zijn vaak absurdistisch en kleurrijk. Hij plaatst banale objecten als parasols en vuilnisbakken pontificaal in vlakke Hollandse landschappen. “Wie goed kijkt stuit bij ieder voorwerp vrijwel altijd op een vorm van schoonheid. ‘Vierkantemetergeluk’ noem ik dat.”

Vanuit zijn ruime atelier op de derde etage van het FLUOR-gebouw aan de Schipholweg in Haarlem heeft Frank een fantastisch uitzicht over de stad. Hij kijkt uit op de Grote of Sint-Bavokerk die hoog boven het centrum uittorent, het Spaarne en Molen De Adriaan. De kunstenaar wijst op een donkere bosrand in de verte. “Daar beginnen de duinen al.” Aan een lange wand in zijn atelier hangen grote schilderijen met gele en blauwe parasols, uitvergrote diamantkoppalen en vuilnisbakken in verschillende kleuren. Op een strijkplank midden in de werkruimte liggen tubes verf, een rol schilderstape en plastic bordjes om verf op te mengen.

Frank (44) is muzikant, songwriter, auteur en sinds 2020 ook kunstenaar. Daarnaast is hij marketing coördinator bij Poppodium Victorie. Hij schildert met acrylverf op linnen, het liefst in series met dezelfde onderwerpen. “Er zit veel herhaling in mijn schilderijen, maar ze zijn zeker niet hetzelfde. Parasols bijvoorbeeld komen vaak terug, steeds met een andere achtergrond. Ik blijf een onderwerp herhalen totdat ik er klaar mee ben. Met mijn eerste onderwerp vuilnisbakken, ben ik inmiddels gestopt. De parasol schilder ik ook al jaren, maar die boeit me nog steeds. Voor mij staat dat voorwerp voor ruimte, rust en vrijheid. Ik vind het soms fijn om alleen te zijn, de parasol symboliseert een soort vrolijke eenzaamheid. Alleen betekent natuurlijk niet per se eenzaam.”

Frank van Roessel

Fascinatie voor inzoomen

De kunstenaar kiest bewust voor het schilderen van herkenbare voorwerpen. “De producten die we voor lief nemen, die we al honderden keren gezien hebben en waar we totaal geen aandacht voor hebben. Het zijn dankbare onderwerpen om uit te lichten, zoals bijvoorbeeld de diamantkoppaal. Die afzetpaaltjes vielen me eerder nooit op, nu zie ik ze overal. Ze staan te pas en te onpas door heel Nederland. Als je die paal van dichtbij bekijkt is de textuur echt mooi. Ik vind het grappig én interessant om in zo’n alledaags voorwerp schoonheid te ontdekken en dat te schilderen.”

Frank is deels opgegroeid in Mijdrecht, een dorp waar schoonheid lastig te vinden was volgens hem. “Ik vond het een lelijk dorp met veel nieuwbouw en gecultiveerde natuur. Alles werd strak bijgehouden, getemd. Niet te vergelijken met Haarlem. Hier is echt overal schoonheid te vinden in architectuur en ook in de duinen bijvoorbeeld. Misschien is het psychologie van de koude grond, maar mijn fascinatie voor het uitlichten van voorwerpen komt voort uit mijn jeugd. Als kind zoomde ik in op details om mij heen om toch schoonheid te ervaren. Ik was, zoals ieder mens natuurlijk, op zoek naar geluk en vond het daarin. Later ben ik muziek gaan maken en kwam ik in Amsterdam terecht. Dat was een kanteling in mijn leven. Creativiteit bracht mij in een andere, fijnere wereld. Destijds was dat muziek en nu is dat schilderkunst.”

Frank van Roessel

Toevalsdieren

In 2017 schreef hij samen met zijn vrouw theatermaker Mara van Vlijmen, het boek Toevalsdieren. Een gids over dieren die toevallig zijn ontstaan. “Door goed om mij heen te kijken, zie ik dieren bijvoorbeeld in vlekken op de grond. Dat inzoomen noem ik gekscherend ook wel ‘vierkantemetergeluk’. Als je binnen een willekeurige vierkante meter schoonheid kunt vinden, ben je een gelukkig mens. In mijn werk maak ik het alledaagse belangrijker dan het is, en verbeeld het op zo’n manier dat het ineens een overweldigende schoonheid krijgt. Het ontstaat, dat is het mooie van kunst. Dat heb ik ook met muziek. Je begint ergens en opeens is het er. Voor mij voelt dat als magie.”

Het gebruik van kleur is onderdeel van het mooier en gewichtiger maken van bepaalde voorwerpen, meent Frank. Kleur helpt hem bij het zoeken naar schoonheid en vrolijkheid. “Ik hou van kleur, daar word ik gelukkig van. Ik bepaal intuïtief welke kleuren passend zijn bij het beeld, mijn gevoel op dat moment speelt hierbij een rol. Niet één van mijn kleuren komt rechtstreeks uit een tube. Ik meng de verf zelf, inmiddels weet ik precies wat nodig is om een bepaalde kleur te krijgen. Dat ligt subtiel, de verftinten moeten bijvoorbeeld op elkaar aansluiten of juist met elkaar de strijd aangaan. Humor en een beetje zelfspot vind ik ook belangrijk. Ik denk dat iemand die zichzelf heel serieus neemt geen vuilnisbakken schildert, dat heeft toch een absurdistische inslag. Ook heb ik niet als een soort wetenschapper de diamantkoppaal bestudeerd.” Frank lacht.

Frank van Roessel

Ontwapende houdingen

De kunstenaar verdiept zich sinds kort in de mens als onderwerp. Aan de wand hangt een serie kleine portretten van een volwassen man en een schilderij van een meisje, beiden op de rug gezien. De figuren zijn zwart, de achtergrond is fel gekleurd. “Het zijn portretten naar aanleiding van foto’s van mijn vader en mijn dochter. Ik vind die silhouetten mooi, heel ontwapenend. Het zijn voor mij herkenbare houdingen. Mijn dochter tuurde op het moment van fotograferen over de zee, zo onschuldig. Lichaamshoudingen zeggen veel over mensen. Bij een figuur op de rug gezien is er niets dat afleidt, geen ogen of mond waar je op kunt focussen.”

Er hangen ook twee grotere werken met mensfiguren in het atelier. Op het ene schilderij heeft Frank zichzelf afgebeeld als kind. “Die houding van dat jongetje van vier herken ik van mezelf. Een nieuwsgierige pose op zoek naar schoonheid. Ik weet nog precies waar ik naar stond te kijken: er reed een paard en wagen door de straat. Ik was altijd geobsedeerd door dieren en nog steeds trouwens, een wonderlijke wereld. Thuis heb ik een kast vol dierenencyclopedieën, ook van vroeger. Ik wilde als jongetje al alle soorten dieren kennen, een grote passie.”

Frank van Roessel

Opgaand in de telefoon

Op het andere schilderij is de zoon van Frank afgebeeld liggend op bed. “Het werk heeft als titel De puber.” De jongen op de rug gezien, kijkt op zijn telefoon. “Hij is zo neergeploft, opgaand in social media of iets dergelijks. Ik heb deze werken in de afgelopen weken geschilderd, het is nog vers. Ik ben aan het kijken wat ik er verder mee wil. Ik heb het wel op Instagram gezet om te zien wat het bij mensen oproept. Mensen herkennen zichzelf graag in beelden, ze hebben er sneller een emotionele binding mee en reageren daar het sterkst op. Deze schilderijen lokken meer reacties uit dan posts van mijn schilderijen met parasols of vuilnisbakken.”

Zijn recentere werk oogt minder strak, het is losser geschilderd. “Ik probeer daar een nuance in te vinden. De huid schilder ik heel subtiel met niet teveel diepte in een soort stroken, maar duidelijk herkenbaar. De schilderijen zijn niet hyperrealistisch, ik vind het wel interessant om met sommige elementen daarvan te spelen. Het haar is redelijk conform de werkelijkheid. De kleren zijn niet meer dan gekleurde vlakken, maar je herkent ze toch. Het brein vult dat in, het zijn duidelijk de contouren van kleding. Ik vind zelfportretten over het algemeen niet erg boeiend. Ik zocht naar een manier om het wel interessant te maken. Dat is gelukt, althans naar mijn smaak.”

Frank van Roessel

Constante drang om te creëren

Frank schildert nu vijf jaar. Eigenlijk alles wat met creativiteit gepaard gaat boeit hem. Eerst was dat muziek, daarna schrijven en nu schilderen. “Ik heb een constante drang om op creatief vlak nieuwe zaken te ontdekken. Ik stort me er dan volledig op, onderzoek wat ik mooi vind en wat ik wil bijdragen. In de schilderkunst ontstond vanzelf een beeldtaal die mij erg beviel. Aanvankelijk dacht ik dat ik het schilderen voor mezelf deed, totdat er kopers kwamen. Fijn natuurlijk, maar als ik me volgend jaar ineens wil verdiepen in een ander creatief vak, dan doe ik dat. Tot nu toe heeft het schilderen me nog geen seconde verveeld.”

Tekst: Meta van der Meijden                                                                                                                      Fotografie: Christhilde Klein

 

Dit interview is ook gepubliceerd in HRLM nummer 97

“Je huid en je krulletjes kan je niet uittrekken”

“Toen ik heel jong was, was kleding al heel erg belangrijk voor mij. Daarom ben ik ook modevormgeving aan de kunstacademie gaan studeren. Terwijl ik eigenlijk helemaal niet zo’n modetype was. Hoe je jezelf ergens staande kan houden, op een plek die niet je thuis is, waar je niet geboren bent, met een hele andere cultuur. Je huid en je krulletjes kan je niet uittrekken. Maar je kleren kunnen er wel overheen, dat bedekken.”

Geboren op Curaçao, opgegroeid in Drenthe, met gescheiden ouders, een Surinaamse vader en Friese moeder, was het thuis gevoel voor Larissa iets vloeiends.

“Vanaf 2023 heb ik mij verdiept in het slavernijverleden, daaruit zijn voor mij nieuwe inspiratiebronnen uit voortgekomen, zoals het ontheemde gevoel als halfbloed (tegenwoordig: dubbelbloed). De aankomende jaren wil ik mij gaan verdiepen in identiteit en globalisering van kleding. Onderzoeken hoe textiel en kleding wordt ingezet of ingezet kan worden om jezelf ergens te kunnen verankeren, thuis te kunnen voelen.

Zijn er overeenkomsten met het slavernijverleden en het heden? Zijn mensen met hun behoeften slaven van de wereldeconomie geworden? Hoe wordt een identiteit gevormd vind ik interessant. In deze verwarrende tijden met oorlogen en klimaatveranderingen zullen veel mensen genoodzaakt zijn om hun land en cultuur te verlaten. Wat neem je mee?”

Larissa’s beschrijft zelf haar werk als “innocent en figuratief”. Ze speelt met verschillende dimensies, 3D wordt 2D, wordt animatie, en materialen. Levensgrote tekeningen van haarzelf, beschilderde, alledaagse voorwerpen en video animaties vertellen een compleet verhaal. Meestal met twee kanten.

Naast haar werk als kunstenaar, heeft Larissa ruim 5 jaar als vrijwilliger voor de Kunstlijn gewerkt.

“Ik heb meer dan 80 ateliers bezocht sinds 2019, zo vaak de vraag ‘wat betekent kunst voor jou?’ mogen stellen, dat wellicht is dat het wel wat kunst voor mij betekent: een waarom-vraag te stellen om zo nieuwe dingen te ontdekken.”

Het werk van o.a. Larissa is vanaf 17 mei te zien in De Vishal in de door haar gecureerde tentoonstelling “Een veld van eilanden”

‘Mijn schilderijen geven een positief gevoel’

Het lijken bloemen in een veld, maar het kunnen ook insecten of vogels zijn. Martine de Ruiter maakt kleurrijk, geabstraheerd, expressionistisch werk. Ze streeft naar de suggestie van groei en beweging van flora en fauna. “Een oneindige inspiratiebron.”

Martine (51) staat in een overall vol verfspetters in het gangetje naast haar huis in Santpoort-Zuid. Ze wenkt. “Mijn atelier is in de tuin.” In de werkruimte staat onder het dakraam een ezel met daarop een groot werk. Zo pal in het daglicht spat de oranje, rode en gele verf van het doek. De kunstenaar combineert de felle kleuren met zachte en donkere tinten. Langs de wanden staan lage open kasten met kwasten, verfpotten en -tubes, spuitbussen, paletten en bakken met stukjes opgedroogde verf. In het midden staat een grote tafel waaraan Martine met haar cappuccino plaatsneemt. Haar nagels zijn feloranje gelakt.

Ze is autodidact beeldend kunstenaar en schildert al sinds haar studententijd. Martine studeerde boekhandel en uitgeverij, richting redactie/productie waar ook grafisch vormgeven onderdeel van uitmaakte. “Ik ben mijn hele leven al met vormgeven bezig. Als kind hield ik enorm van tekenen en knutselen. Creëren maakt mij blij.” De kunstenaar gebruikt een zelfontwikkelde schildertechniek met ‘paletstukken’. Deze techniek ontstond lang geleden doordat ze de “prachtige gemengde kleurencombinaties” van haar palet wilde bewaren. Na het drogen steekt ze de verf af van het palet. De gedroogde stukken zorgen voor contrast en reliëf. “De paletstukken, zoals ik ze noem, werken abstraherend in mijn schilderijen. Je ziet steeds weer andere vormen, groei of beweging, afhankelijk van de lichtinval. Binnen mijn techniek blijf ik ontdekken en experimenteren en raak nog steeds verrast door het resultaat. Sommige werken zijn ingetogen en anderen zeer expressief. Ik vind het een fijne manier van creëren.”

Martine de Ruiter

Toeval speelt een rol

In de abstracte vormen van de paletstukken zien toeschouwers al naar gelang hun fantasie bloemen, insecten, vogels of zelfs kleine dieren op de schilderijen. “Het totaalbeeld is flora. Eerst ontwikkelde ik mijn techniek, daarna is het thema natuur steeds meer naar voren gekomen. De paletstukken komen het best tot hun recht als bloembladen in beweging.”Martine opent de brede laden van een tekenladenkast. Paletstukken in verschillende maten liggen op kleur gesorteerd. “Dit de ideale plek om de paletstukken in op te bergen. Heel overzichtelijk.” Ze pakt een bak vol kleine verfrestjes. “Ik weet niet of ik deze nog ga gebruiken, maar ik wil ze ook niet weggooien.” De kunstenaar werkt niet met een vooropgezet plan. Wel heeft ze een bepaalde sfeer of kleur in haar hoofd voorafgaand aan het schilderen. Toeval speelt een grote rol. “Ik meng eerst de kleuren voor de achtergrond en die voor de bloemen. Na het mengen en schilderen spoel ik het palet niet af. Als de verfresten droog zijn steek ik ze af, ieder stuk is uniek.” Ze doet het voor. Met een paletmes steekt ze een grote lap verf los. “Soms breken ze al snel af, dit is wel een hele mooie lange.”

De afgestoken paletstukken komen niet per se terecht op het schilderij waar ze de verf voor mengt. Sommigen gebruikt ze in een ander werk of verdwijnen in de tekenladenkast. “Ik meng dagelijks en bewaar veel verfresten. Er liggen hier paletstukken die ik al maanden geleden heb afgestoken. Het blijft spannend. Ik weet nooit van tevoren hoe een stuk verf van het palet afkomt of wat voor vorm of kleurcombinatie het zal krijgen. Ik ben daar niet sturend in, ik laat de vorm spontaan ontstaan.”

Martine de Ruiter

Inspiratie uit natuur

Martine werkt voornamelijk met acrylverf, maar ook met acrylinkt, stift, krijt en spuitbussen. “Het effect van de spuitbussen op doek is eveneens onvoorspelbaar. Het kan goed uitpakken, maar ook verkeerd. Ik schilder er wel eens overheen. De paletstukken plak ik vast met lijm of in de verf als die nog nat is. Het is allemaal onderdeel van het experimenteren. Het verrassende houdt het werk voor mij interessant.” Het reliëf in de schilderijen van Martine ontstaat door gevouwen paletstukken en dikke klodders verf met contrast en schaduwwerking als resultaat. “Als het licht verandert dan wisselen de kleuren en vormen mee.” Precies tegenover de ezel aan de andere kant van het atelier staan twee spiegels. Martine loopt tijdens het schilderen heen en weer tussen haar werk en de spiegels. “Dichtbij ziet het schilderij er anders uit dan in de spiegels. Ik zie daar beter of de compositie in balans is of dat er nog iets mist. Als ik afstand neem, wordt het meer een geheel in plaats van losse elementen.”

De kunstenaar haalt inspiratie uit de natuur. “Daar kan ik enorm van genieten.” Ook kleurcombinaties die ze aantreft op straat of online kunnen haar inspireren. Zwart, wit en grijstinten boeien haar minder. “Ik kan intens genieten van kleur, een lust voor het oog. Bijvoorbeeld de op kleur gesorteerde paletstukken in mijn tekenladenkast of de verschillende kleuren van verftubes in een schilderswinkel. Voor mij is dat als een bezoek aan een snoepwinkel. Ik word er gelukkig van. Thuis heb ik de boeken in onze boekenkast op kleur gesorteerd in plaats van op auteur. Als kind richtte ik iedere week mijn slaapkamer opnieuw in. Vormgeving en kleur hebben mij altijd al gefascineerd.”

Martine de Ruiter

Een frisse touch

Structuur is onderdeel van de stijl en techniek van Martine. Er is een verband tussen de verschillende elementen in haar schilderijen. “Ik hou van orde ook in kleur. Ton sur ton, diverse tinten van dezelfde kleur vind ik mooi, maar ook bepaalde combinaties van kleuren. Het is niet zo dat ik alle kleuren in één werk stop. Ik doe het op gevoel. Inmiddels heb ik een zekere routine opgebouwd en oog ontwikkeld voor wat mooi is bij elkaar. Mijn eigen voorkeur speelt daarbij natuurlijk een rol. Ik vind bijvoorbeeld lichtroze met knaloranje mooi. Feloranje werkt altijd goed in mijn schilderijen, dat geldt  ook voor gele en groene accenten naast een donkere tint. Ze geven het werk een frisse touch.”

“Hoewel ik van structuur hou, ik ga op tijd naar bed en sta om zeven uur op, kan ik dat redelijk loslaten bij het schilderen. Geen controle draagt bij aan het geabstraheerde. Bij mijn werk is het niet gelijk duidelijk wat de voorstelling is. Ik probeer altijd een soort beweging of groei te suggereren, er staat een briesje en er is wat gefladder. Dat maakt het schilderij dynamischer en spannender.”

Martine heeft geen speciale boodschap met haar werk, ze hoopt vooral toeschouwers een positief gevoel te geven. “Ik word zelf blij van mijn schilderijen, ik krijg er een prettig gevoel bij. Gelukkig is dat ook wat ik terugkrijg van de meeste mensen, ze genieten ervan. Ik heb het geluk dat mijn schilderijen door een brede groep wordt gewaardeerd. Het abstraherende speelt daarbij zeker een rol. Toeschouwers zien vormen in mijn werk die ik zelf nog niet ontdekt had. De één ziet een reiger en de ander een vlinder, sprinkhaan of een haas in een van de paletstukken. Echt ontzettend leuk al die associaties. De meeste geven aan een goed gevoel te krijgen van mijn werk. Doordat je steeds weer andere dingen in de schilderijen kunt zien, vervelen ze ook niet snel. Het zijn optimistische werken, zo sta ik zelf ook in het leven. Ik vind dat je altijd lichtpuntjes moet blijven zien. Ik kijk naar morgen en het glas is bij mij halfvol. Dit klinkt wel heel zoet, hè?“

Martine de Ruiter

Met verf smijten en spetteren

Martine loopt naar het achterste deel van haar atelier waar schilderijen staan opgeslagen. Sommigen zijn nog niet af, daar gaat ze later verder mee. “Eerst even afstand.” Ze trekt een werk uit de rij en verwijdert het bubbeltjesplastic. Er is geen enkel leeg stuk doek te bekennen, bloemen in felle kleuren knallen van het linnen. “Mijn schilderijen zijn over het algemeen minder druk, maar soms vind ik het fijn om met verf te smijten en het doek helemaal vol te spetteren. Ik maak het liefst grote schilderijen. Panorama’s, weidse uitzichten over het veld, maar af en toe op een klein doek schilderen is ook prettig. Ik hou van de afwisseling, groot en klein formaat, verschillende kleurstellingen en sferen. Ik werk ook in opdracht, maar in mijn vrije werk kan ik echt mijn gevoel kwijt. Dat is belangrijk voor me. Vorig jaar overleed mijn vader, ongeveer een jaar na mijn moeder. Dat was een verdrietige, drukke periode met veel zorgen. Het schilderen was voor mij een fijne uitlaatklep, het gaf me kracht en troost.”

De kunstenaar is niet bang dat haar zelfontwikkelde schildertechniek haar zal gaan vervelen. Ze vindt het heerlijk om zo werken. “Ik ben nog lang niet uitgekeken op mijn manier van schilderen, er is nog zoveel te experimenteren. Ik kan me voorlopig niet gelukkiger wensen; NPO Radio 1 aan en non stop schilderen. Misschien dat ik in de toekomst wel andere disciplines wil ontdekken, zoals edelsmeden of beelden maken van brons of keramiek. Er is nog genoeg te leren en te maken.”

Tekst: Meta van der Meijden                                                                                                                        Fotografie: Daan Ruijter

Dit interview is ook gepubliceerd in HRLM Stadglossy nr. 96

Martine de Ruiter