Opwekken, afleiden en beheersen. Tegenwoordig hebben we elektriciteit onder controle en gebruiken we het voor alles. Bijna niets kan meer worden gemaakt of worden verplaatst zonder dat er elektriciteit aan te pas komt. Ooit werd bliksem werd gezien als straf van hogere hand, tovenarij en zorgden voor veel angst, maar gelukkig ook voor nieuwsgierigheid. In de tweede helft van de achttiende eeuw werd er geëxperimenteerd met het opvangen en opwekken van bliksem. Het Teylers was ooit de plek waar Hendrik Antoon Lorentz (1853-1928) op onderzoek uitging en de Grote Elektriseermachine bouwde. Nu drie eeuwen later toont het Teylers Museum de geschiedenis van elektriciteit in Alles Elektrisch.

“Om wetenschap toe te lichten is verbeeldingskracht nodig. Dit is het moment dat beeldende kunst om de hoek komt kijken”, zegt Terry van Druten conservator kunstverzamelingen. Als aanvulling op het historische verhaal over elektriciteit nodigde het museum drie hedendaagse kunstenaars uit. Want wat betekent elektriciteit voor ons? Hun werken zijn verstopt in ruimtes die normaal gesproken niet toegankelijk zijn voor bezoekers. Blijft elektriciteit dan toch iets mysterieus?

teylers

Gewichtloze duikelaar

In de gehoorzaal, waar van oudsher demonstraties werden gegeven, zweeft een gewichtloze kikker duikelend over een doek. John Gerrard (1974) liet zich inspireren door de kikkerexperimenten van Galvani. Na wat research stuitte hij op een onderzoek uit 1992 van het Spacelab waarin werd getest of kikkers vruchtbaar zijn in de ruimte. Dat bleek zo te zijn! Dat betekent dat wij mensen ons ook kunnen voortplanten in de ruimte.

John Gerrard heeft de omgeving van het onderzoek virtueel nagebouwd. Zo ontstaat er geen film die keer op keer wordt herhaald, maar een realtime 3D-simulatie van het lab. Naast de kikker komen twee handen van een onderzoeker in beeld die als een soort moederfiguur het dier wil opvangen en geruststellen. Maar tevergeefs, ze raken elkaar niet aan. Zo nu en dan schiet er een schok door de kikker waardoor hij om zijn eigen as kantelt. Tijdens de rustige beelden zie je de hartslag. Op de achtergrond enkel het gezoem van de computer.

Hypnotiserende droomwereld

Bij het betreden van het Tuinlab stap je in een hypnotiserende droomwereld van de aarde, planeten enatomen. Pijltjes en rondjes wisselen elkaar af en laten allerlei processen zien. Bill Morrison (1965) dook in het filmarchief van de Britse Electricity Council en componeerde daarmee de nieuwe video ELECTRICITY. Componist en gitarist Bill Frisel ondersteunt de film met indrukwekkende Jazzmuziek. Hierdoor ontstaat een dynamisch spel van lijn, vorm en geluid.

Speelse origamifiguurtjes

TeylersCamille Henrot (1978) duikt in de praktische kant van elektriciteit: een van de weinige momenten dat wij stilstaan bij elektriciteit is als wij de rekening betalen. Zij bouwde een groot zoötroop waarop rekeningen door levensgrote handen worden aangestoken en in diverse speelse origamifiguurtjes worden opgevouwen. In de Grote Herenkamer, de voormalige ingang van de ovale zaal, wordt eindeloos een opname van de draaiende zoötroop getoond. Het verhaal lijkt een soort bewegende strip, die net als elektriciteit blijft doorvloeien. In de verduisterde kamer licht het werk op. We kunnen onze elektriciteitsrekeningen wel verbranden, maar ja hoe zal ons leven er dan uit zien?

 

Alles elektrisch is een tentoonstelling van de Wellcome Collection in Londen, gemaakt in samenwerking met Teylers Museum en het Museum of Science and Industry in Manchester en is te zien vanaf 25 juli t/m 7 januari 2018.

Koffie?

Ik ben waarschijnlijk niet de enige die ’s ochtends vroeg met mijn ogen half dicht naar de keuken strompelt. Als ik het blik met koffie open, komen de aroma’s van het drankje dat mijn hele ochtend goed maakt me tegemoet. Ik ben trouwens in de avond, zeker na het eten, net zo’n koffiefan. Ook wanneer ik thuis gasten ontvang of er vrienden over de vloer komen, is mijn eerste vraag: “Wil je een bakkie?” En ik geloof vele Nederlanders met mij…Wij drinken per slot van rekening het meeste koffie van alle landen in de wereld! Koffie is een belangrijk onderdeel geworden van onze Nederlandse cultuur.

Fotograaf Ivo van der Bent (Den Haag, 1983) krijgt zelf, voorafgaand aan een fotoshoot van een BN’er, dikwijls een kopje koffie aangeboden. Zo’n “koffiemoment” zorgt voor wat ontspanning en wat geklets voordat beide partijen aan het werk moeten. Van der Bent besloot ook deze, meer luchtige momenten, vóór de daadwerkelijke fotoshoot vast te leggen. In 2015 bracht hij deze foto’s uit in het boek Koffie? Een selectie is te zien in de gelijknamige tentoonstelling in fotogalerie De Gang in Haarlem.

Ivo van der Bent

Snapshots

De foto’s zijn niet mooi of esthetisch en hebben wat weg van rauwe street photography. Door de flits van de camera, die Van der Bent nadrukkelijk aanwezig laat zijn, ogen de foto’s flets en hard. De achtergrond, vaak een interieur, een keuken of een café, is niet verfraaid. De BN’er in kwestie, die met zijn of haar kopje koffie duidelijk de hoofdrol speelt, lacht, kijkt weg of verbaasd, zet koffie of onderneemt een andere actie. Er lijkt niets gestaged te zijn. De foto’s zijn puur, spontaan en onbezonnen. Het zijn eerder snapshots: vluchtig geschoten foto’s van een momentopname.

Ivo van der Bent

Die vluchtige actie is het belangrijkst, niet het maken van een mooi, esthetisch aantrekkelijk portret. Toch worden de foto’s, en dus de bekende Nederlanders die erop afgebeeld staan, hierdoor persoonlijk: niet langer is het een gepolijst, afstandelijk portret, maar een heel herkenbaar beeld: net als mijn gewoonte, zie ik op Van der Bents foto’s iemand spontaan genieten van een vers kopje koffie.

Ivo van der Bent benoemde eens dat zijn werk niet is bedoeld om ‘mooi’ te zijn. Het zijn echte, rauwe en soms confronterende beelden. De bekende Nederlander, die voor veel personen waaronder ikzelf, vaak een ver weg staan, komen zo een stuk dichterbij. Het is zoals het is: puur Hollands en No Nonsens. Een ook dat is, net als koffie, een belangrijk onderdeel van onze Nederlandse cultuur.

Ivo van der Bent
Galerie De Gang, Haarlem
15 mei tot en met 29 juli 2017

Ivo van der Bent - Herman van Veen

Rasters? Enkel een vlak met lijnen die vierkanten en rechthoeken vormen? Een patroon in het breedste zin van het woord? Regelmaat en dus wellicht rust, of toch chaos? In Order is Half of Life in de Vishal Haarlem laten 3 x 3 = 9 kunstenaars zich inspireren door het raster.

Order is Half of Life heeft geen figuratieve of inhoudelijke aanknopingspunten. Het is wat het is. Een spel van lijnen, stippen, vlakken in enkel wit, zwart en grijs. Een expositie van goed kijken. Met de neus boven op de werken. Observeren. Vergelijken. Afstand nemen. En knipperen met de ogen tot de speelsheid zich openbaart.

Order is Half of Life

Schijn bedriegt

Van een afstandje lijken de 3 x 5 = 15 doeken van Rene Eicke ordinaire rasters in verschillende grijstinten, maar schijn bedriegt: ze bestaan uit ontelbare stipjes die het oog alleen van dichtbij kunnen waarnemen. De panelen van René van den Bos zien er uit als gekleurde vlakken, maar blijken uit extreem fijne lijnen te bestaan die gezamenlijk rasters vormen. Zo fijn dat de lijnen dansen op het doek en de ogen uitdagen. Zo gestructureerd dat er chaos ontstaat.

Lees meer

“Eigenlijk zijn mijn tekeningen nooit echt af”. Dit vertelde de Haarlemse kunstenaar, grafisch ontwerper, docent schrijver én verzamelaar Rogier Polman (Velsen, 1956) mij tijdens de opening van zijn tentoonstelling Lemniscaat in kunsthandel Kruis-Weg68.

Lemniscaat

De titel van de tentoonstelling verwijst naar het symbool, het lemniscaat, dat staat voor oneindigheid. Een eeuwige beweging zonder einde. Dit is een goede uitleg voor de werkwijze van deze veelzijdige kunstenaar: al jarenlang begint Polman elke dag met het maken van een tekening, het is een standaard ritueel geworden. Tekenen is voor de kunstenaar bijna net zo belangrijk als ademhalen.

Zelf noemt Polman zijn tekeningen ‘getekende archieven’. Zijn atelier is een soort bewaarplaats van belangrijke gegevens, gebeurtenissen of gevoelens in de vorm van werken op papier. Polman ordent ze in mappen, dozen en in kasten die door zijn hele werkplaats staan. Al is Polman vormgever van beroep, minstens één keer per jaar worden zijn tekeningen uit de lades gehaald en tentoongesteld. En gelukkig maar, want ze zijn stuk voor stuk prachtig.

Door zijn beroep als vormgever weet hij veel van verschillende technieken en materialen. Deze past hij ook toe in zijn eigen tekeningen.

Archieven van geschiedenis

Zijn inspiratie haalt hij uit de geschiedenis. Met name het interbellum spreekt hem erg aan. De periode van en tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog vormen dan ook een rode draad in zijn werk. Echter, niet het weergeven van een historische gebeurtenis staat centraal, maar juist Polmans gevoelens en gedachten bij bepaalde gebeurtenissen zetten hem ertoe zijn werken te maken. Dit geeft de tekeningen een erg persoonlijk, gevoelig en soms wat melancholisch karakter.

Een werk op de tentoonstelling toont bijvoorbeeld een zwart veld met dichte vogelkooien erop, omgeven door niets dan leegte. In het midden van het veld staat iets dat lijkt op een EHBO-tent. Met de fascinatie voor, en de interesse in, de Eerste en Tweede Wereldoorlog krijgt dergelijk werk een wat treurig gevoel.

Rogier Polman - Slagvelden
Lees meer

“Wat een fantastische beleving!”

Ontwaken en meteen oog in oog met De Nachtwacht, mooier kan het niet zijn voor een kunstenaar. Dit overkwam Stefan Kasper die een nacht in het Rijksmuseum doorbracht. Hij was de tien miljoenste bezoeker sinds de opening in 2013 en kreeg een gespreid bedje aangeboden in de eregalerij.

“Helemaal alleen een nacht in het museum, zo stil en rustig. Echt te gek! Geen bewaker te zien. Ik kon vrij bewegen over de hele tweede etage met kunstwerken uit de zeventiende eeuw. Als je niet wordt afgeleid kun je pas echt goed kijken en nog eens kijken. Een totaal andere beleving. Ik heb maar heel kort geslapen, zo veel moois is er te zien. Ben om half vier toch even gaan liggen. Ik wilde ontwaken naast De Nachtwacht, je ogen open doen en dan doemt dat schilderij op. Het was echt super gaaf!”